Psalm 1 : 3

Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; – al wat hij onderneemt, gelukt.   – al wat hij doet komt tot bloei (NBV).

Op tijd draagt hij vrucht. Vruchten komen in bepaalde seizoenen. In de winter dragen de meeste planten weinig vrucht. Vinden we normaal, is logisch in de natuur. In het leven met God is dat ook zo. Beseffen dat er seizoenen zijn. In het juiste seizoen draagt de boom vrucht. Draag jij vrucht. Wat is je juiste seizoen? Dat is niet afhankelijk van tijd maar van het dragen van vrucht.

En dat is een gevolg van het geplant zijn. Er is een verschil tussen bloeien en vrucht dragen.

Alles wat hij doet komt tot bloei. De heilige geest  werkt zo in je dat je leven tot bloei komt. Vrucht dragen is nog een stap verder. Gods zegen door jou heen door de dingen die je doet, de kerk die we samen bouwen, de vriendschappen die je bouwt, familie etc.

Luk 8: 5-8   of Mat 13 De gelijkenis van de zaaier

“Een zaaier ging zaaien. Een deel van het zaad viel langs de weg. Daar werd het vertrapt en de vogels aten het op. Een ander deel viel op rotsgrond. Toen het opkwam, verdroogde het doordat er geen vocht in de grond zat. Een ander deel viel tussen de distels. En de distels kwamen tegelijk met het zaad op en verstikten het. Een ander deel viel in goede grond. Toen dat opgekomen was, leverde het een oogst op die 100 keer zo groot was als wat er was gezaaid.

Verder in vers 11 – 15

Het zaad is het woord van God. Het zaad dat langs de weg valt, zijn de mensen die het woord wel hebben gehoord, maar bij wie de duivel het woord uit hun hart rooft. Daardoor geloven ze niet en worden ze niet gered. Het zaad dat op de rotsgrond valt, zijn de mensen die het woord blij geloven als ze het horen. Maar het geloof van die mensen heeft geen wortels: hun geloof zit niet diep. Ze geloven wel een tijdje, maar als er moeilijkheden komen, verliezen ze hun geloof. Het zaad dat tussen de distels valt, zijn de mensen die eerst het woord wel geloven. Maar ze maken zich aldoor zorgen. En omdat ze rijk zijn en van de mooie dingen van de wereld houden, wordt het woord verstikt en er groeit geen vrucht aan. Het zaad dat in goede grond valt, zijn de mensen die met een goed en gelovig hart het woord horen, er gehoorzaam aan zijn en het vasthouden (NBG die volharden). Daardoor groeit er aan hen veel vrucht.”

  1. HOE IS JOUW GROND?

Jouw geest is als een tuin. Wees voorzichtig met wat je in je tuin plant of wat je toestaat in jouw tuin. Alles wat geplant wordt zal ook groeien (klimop). Wat jij toestaat in jouw geest, dus goeie gedachten maar ook negatieve gedachten, zal zich ontwikkelen en groeien.

Een goeie tuin heeft goeie grond nodig om goede vruchten voort te brengen. Dus is het van belang dat je constant voeding en water geeft aan jouw tuin, cq je geest. Voed je geest met levende woorden van God en met de Heilige Geest.

Hoe komt het zaad in je tuin? 1. Door je oren, en waar je zoal naar luistert. 2. door je ogen en wat je zoals ziet. 3. door je mond en wat je uitspreekt, wat je regelmatig uitspreekt.

Vraag: welke acties onderneem jij om ervoor te zorgen dat jij goede grond bent? Kun jij het zaad goed ontvangen? Wat heb jij gedaan om het woord goed te ontvangen?

Welke gedachten heb je laten zaaien die niet van God zijn? Het is aan jou wat je toestaat in je leven. Welke woorden heb je laten zaaien in je hart? Minderwaardigheidsgevoelens, aanklacht, boosheid. Sta je het toe of gooi je het weg?

De les van deze gelijkenis ligt niet in het werk van de zaaier. Het zaad is voor iedereen hetzelfde. Dat is 100% uitmuntende kwaliteit. Dat is topzaad. De omstandigheden zijn ook hetzelfde. De zaaier ook. Die doet zijn werk wel goed. De les ligt in de grond: wat doet jouw aarde met het kostbare zaad? Wat doe je met het de woorden die God tot je spreekt?

De grond maakt het verschil. Het is jouw reactie die bepaalt wat Gods Woord in je leven uitwerkt. Daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Jij bepaalt welke grond je wordt.

We hebben goeie dienst gehad, koffie gedronken, was gezellig. We hebben hetzelfde zaad gehad. Maar onze grond bepaalt wat er gaat gebeuren met het zaad . Sommigen gaan vasten. Sommigen gaan voetbal kijken. Wat doe jij? Zorg je ervoor dat de grond zacht is gemaakt, of dat de stenen uit de grond gaan?

Als het zaad geen wortel schiet, ligt het niet aan het zaad of de zaaier, maar hoe wij er mee omgaan.

  1. LET OP DE VIJAND VAN JE VRUCHT

Let op die 3 dingen die de vijand doet zodra je het Woord serieus neemt. Hij zal vruchtdragen willen voorkomen door:

  1. Stelen – twijfel, is het wel voor mij? (vogels)
  2. Struikelen – door zonden in je leven die schaamtegevoel opleveren, houdt je weg van roeping of doordat je niet geworteld bent, niet stevig, stabiel, sterk. (rotsbrokken)
  3. Verstikken – door zoveel andere belangrijke dingen, andere focus, je werk, familie etc. (distels overwoekerd)

 

  1. ER IS EEN TUSSENTIJD

Voor iedereen gold in de bijbel dat ze geroepen werden maar de bediening begon vaak veel later.

Jozelf droom – 13 jaar later onderkoning. Jezus 30 jaar en toen ging Hij public.

David – tussen 10de en 13de werd hij gezalfd. Toch gingen er jaren voorbij voordat de vruchten zichtbaar werden. God was aan het werk in het verborgene. Er is een tussentijd tussen je roeping en de realisatie hiervan, dat je vruchten gaat ontdekken en ontwikkelen en zichtbaar worden.

Tussentijd moet je accepteren. Soms lijkt het dat het niet opschiet of er niets veranderd maar weet dat God bezig is. Hij is bezig met karaktervorming.

Misschien tijdens worship had je een moment. God doet iets. Maar dat betekent niet dat je direct veranderd bent. Misschien dat je vrouw nog steeds vindt dat je ongeduldig bent of dat je nog dingen thuis laat rondslingeren. Zij ziet de vruchten nog niet direct.

We kunnen geïnspireerd worden door een preek, door worship, maar dat betekent niet dat je direct vruchten draagt.

De mens kijkt naar het uiterlijk, maar God naar het hart.

Na de zalving van David gebeurde er weinig. Hij schreef de psalmen over de dalen en pieken die hij samen met God beleefde. Hij schreef over zijn hart. Maak mijn hart puur en rein. Hij was bezig met zijn hart. Niet wat doe ik, maar wie BEN ik in U . Who you say I am. David werkte aan zijn wortels onder de grond.

 

  1. WELKE VOEDING NEEM JE TOT JE?

Onder de grond krijgt de plant z’n voeding. De vrucht is aan het eind van de cyclus. Eerst moeten al die andere dingen op orde zijn. Daar mee bezig zijn. Richt je niet op zichtbare resultaten. Richt je op de voeding.

Leer te groeien in het proces. Niet als als als, dan kan/zal ik mooie vruchten krijgen.

Je ook niet vergelijken met anderen, met andermans bloesem. Dank God voor het seizoen waar jij in zit, waarin jij mag leren, Hem beter mag leren kennen. Soms kunnen we ons druk maken over bloesem, ziet er mooi uit, maar het is geen vrucht. Laat je je niet ontmoedigen of afleiden door het zichtbare. God is bezig met jou. Jij bent een unieke boom, die unieke vruchten zal dragen.

 

  1. Bouw aan het stuk muur dat voor je is.

Nehemia 3

De hogepriester Eljasib moest een stadsmuur bouwen. De stadsmuur van Jeruzalem. Als je dat hoofdstuk leest zie je dat iedereen dat stuk muur bouwde, tegenover zijn eigen huis.

Iedereen was bezig met het bouwen van z’n eigen muur, dat stuk dat voor jouw huis ligt. Die steen die voor jou ligt. Het is niet bijzonder, misschien niet leuk of hip, maar wel belangrijk dat je die steen oppakt en gaat bouwen.

Hoe bouwt men aan de muur? Ieder heeft zijn eigen plaats, zijn eigen verantwoordelijkheid.

En ze bouwen schouder aan schouder.  Het Woord komt niet tot vrucht zonder samenwerking. Waar je ook werkt, waar je ook mee bezig bent. Doe wat je hand vindt om te doen.

TOT SLOT

Misschien heeft God iets in je hart gezaaid en het is nog niet boven de grond zichtbaar geworden. God heeft dingen in je hart gezaaid met een reden. Zaden kunnen niet doodgaan. God is een God die het zaad nieuw leven in kan blazen.

Job 14: 7-9

Voor een boom is er altijd hoop: als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, bot hij weer uit en vormt twijgen, als een jonge plant.

Podcast